Wat is een aansluitfactor?

Begin jaren negentig mochten abonnees voor het eerst zelf telefoons aansluiten. Daarom introduceerde de PTT ‘Doe-het-zelf’ pakketten en het begrip ‘aansluitfactor’. De aansluitfactor bepaalde hoeveel toestellen er maximaal parallel op één lijn aangesloten mogen worden. Om dit aantal te berekenen, moet men de aansluitfactoren van de telefoontoestellen bij elkaar optellen. Het totaal mag niet meer zijn dan 5. Als dit werd overschreden kon de PTT niet garanderen dat de telefoon rinkelt als er gebeld wordt.

De T65 heeft een aansluitfactor van 2,5. Een snelle rekensom leert dat maar twee T65-toestellen parallel aangesloten mogen worden. De PTT was fel tegen het parallel aansluiten van telefoons. Als praktische oplossing bood het Norm ’51 toestelcircuit het toepassen van de tweelingschakeling, welke met de komst van de T65 steeds vaker werd aangesloten (door de PTT-monteur welteverstaan). Met de tweelingschakeling kon men twee T65-toestellen aansluiten, waarbij één toestel rinkelt. De voorwaarde was dus dat beide toestellen niet al te ver van elkaar vandaan stonden. Een verbetering op de tweelingschakeling was de tweepuntschakeling. Hierbij rinkelen beide telefoons, maar is de aardtoets niet bruikbaar.

Hoe beide schakelingen toegepast moeten worden staat in dit schema van de T65.

Tegenwoordig is het parallel aansluiten van telefoons toegestaan, maar een goede gesprekskwaliteit valt niet te garanderen als meerdere toestellen tegelijkertijd in gebruik zijn.