Ericsson model 1931

fig. 1: Ericsson model 1931 tafeltoestel PT Amsterdam

In 1931 introduceerde L.M. Ericsson, gevestigd in Stockholm, een uiterst modern toestel uit bakeliet met geïntregeerde kiesschijf en haak, het model 1931.

Vanaf 1936 wordt dit model ook door de Nederlandse Ericsson vestiging in Rijen gemaakt. De vorm en het formaat van het vernikkelde nummervakje van het toestel in figuur 1 is typerend voor de in Nederland geproduceerde toestellen.

Model 1931 is trouwens geen officiële benaming, L.M. Ericsson refereerde altijd naar catalogusnummers die afhankelijk waren van specifieke uitvoeringen, zoals DBH 1001. Ericsson Holland noemde ze simpelweg tafel- of wandtoestellen. Vandaar “Model 1931” als verzamelnaam.

fig. 2: Ericsson model 1931 achterzijde

In de periode rond de Tweede Wereldoorlog leverde Ericsson deze bakelieten toestellen aan een aantal plaatselijke telefoondiensten van grote steden als Rotterdam en Amsterdam, welke buiten de PTT monopolie vielen. De elektrische schakeling van deze toestellen is heel specifiek afgestemd op de telefoondistricten waarin ze gebruikt werden.

Pas vanaf eind jaren veertig nam ook de nationale PTT de toestellen in gebruik, zie type 1949.

Het toestel in figuur 2 is voorzien van een extra telefoon, welke op een speciale beugel rust.

fig. 3: Ericsson model 1931 wandtoestel PT Amsterdam

Van het model 1931 bestaat naast het tafelmodel ook een fraai wandtoestel. Ook hiervoor geldt dat deze aanvankelijk niet door de PTT gebruikt werden. Uitvoeringen die voor plaatselijke telefoondiensten gemaakt zijn kunnen herkent worden aan de speciale logo’s waarvan ze zijn voorzien, zie figuur 4 en 6.

fig. 4: Logo gemeente telefoon Amsterdam, Ericsson Holland
fig. 5: Ericsson model 1931 tafeltoestel PT Rotterdam

Figuur 5 toont een tafeltoestel uit 1948 dat voor de plaatselijke telefoondienst van Rotterdam is gemaakt. Wat opvalt is dat er geen nummervakje op het toestel aanwezig is, een vrij basic ogende uitvoering dus. Wel werden de toestellen vrijwel altijd voorzien van een extra telefoon.

fig. 6: Logo PT Rotterdam
fig. 7: Ericsson model 1931 voor privé installaties, bouwjaar 1947

Naast de toestellen voor de plaatselijke telefoondiensten produceerde Ericsson ook toestellen voor gebruik in privé installaties. Deze exemplaren hebben meestal het opschrift “Ericsson Holland”. Het toestel in figuur 7 is voorzien van een klein formaat nummervakje, andere formaten komen ook voor.

Ericsson “Norm B” toestellen

fig. 8: Ericsson Norm B tafeltoestel

Na de Tweede Wereldoorlog volgden de jaren van de wederopbouw van het telefoonnetwerk.

Materiaal dat de oorlogsjaren overleefd had werd aangepast aan nieuwe normen, voor de Ericsson toestellen is dat meest waarschijnlijk Norm B geweest. Een Norm A bestaat ook, zie de pagina met Heemaf toestellen uit dezelfde periode (circa 1948-1951).

fig. 9: Ericsson Norm B onderzijde

De Ericsson toestellen werden voorzien van nieuwe bedrading met plasticisolatie en de hoorn werd in de meeste gevallen vervangen voor een nieuwer model, waar de latere Norm ’51 telefoon- en microfoonkapsels in passen. Het uiterlijk van de hoorn wijkt slechts op subtiele manier af van het oude model hoorn (zoals in figuren 5 en 7), maar is dus wezenlijk anders.

Bij de Norm B toestellen in mijn collectie valt op dat deze oorspronkelijk een ander, kleiner formaat nummervakje hebben gehad (zoals in figuur 7). De oude nummervakjes zijn tijdens de revisie vervangen voor grotere, zwart gelakte exemplaren. Hiervoor moesten in de kap nieuwe gaatjes geboord worden.

fig. 10: Ericsson Norm B wandtoestel
fig. 11: Schema Ericsson Norm B wandtoestel

type 1949

fig. 12: Ericsson type 1949 tafeltoestel PTT

Vanaf 1949 neemt de PTT de toestellen van Ericsson op grotere schaal op in haar assortiment.

Ondertussen is in Zweden het oorspronkelijke model herzien, met meer afgeronde lijnen en een van bakeliet vervaardigde kiesschijf. Een aantal van deze nieuwe onderdelen zijn toegepast op de Nederlandse type 1949 toestellen, waaronder de kiesschijf (met speciaal bevestigingsmateriaal, zie figuur 13) en de hoorn.

fig. 13: Detail kiesschijf Ericsson type 1949
fig. 14: Ericsson type 1949 wandtoestel PTT
fig. 15: Ericsson type 1949 wandtoestel schema

De hele serie toestellen werd in 1951 opgevolgd door de toestellen van het type 1951. Deze hebben een gelijksoortige vormgeving, maar met meer afgeronde hoeken. Het type 1949 is dus maar voor een korte periode door Ericsson geproduceerd, een soort tussenmodel voordat type 1951 in omloop kwam.

Compact toestel

fig. 16: Ericsson knarretje uit 1941

Voor omgevingen waar een luide bel niet noodzakelijk of gewenst was, zoals kantoren en slaapkamers, produceerde Ericsson een compacte model 1931 variant met een zoemer. De hoorn is van het standaard model. Het toestel heeft de bijnaam “knarretje”.

Het exemplaar op de foto is gemaakt door L.M. Ericsson in Stockholm voor de PT Rotterdam. Waarschijnlijk waren de oplagen dermate klein dat het niet loonde om ze in Rijen te produceren.

fig. 17: Het knarretje naast een standaard model 1931

LB toestel

fig. 18: Ericsson model 1931 LB toestel (Ericsson Zweden)
fig. 19: Logo L.M. Ericsson

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.